• Lichaamsgerichte Traumatherapie

  • Lichaamsgerichte Traumatherapie

    Een kenmerk van trauma is dat er één of meerdere gebeurtenissen zijn geweest waarbij de ervaring te snel, teveel en te onverwachts is geweest voor je zenuwstelsel om te verwerken.

    We onderscheiden shocktrauma (door eenmalige ernstige, overspoelende gebeurtenis) en ontwikkelingstrauma (door onveilig klimaat tijdens vroege ontwikkeling).

    Als je lichaam bij gevaar niet kan vechten of vluchten, zal de energie die vrijkomt niet ontladen worden en zich vastzetten in het lichaam. Soms gaat het om gebeurtenissen waaraan jij géén bewuste herinnering hebt, maar je lichaam weet het nog wel. Dit maakt dat er allerlei (onbegrepen) klachten kunnen ontstaan. Dit zal zich blijven voordoen totdat de energie die is opgeslagen in het lichaam alsnog kan worden vrijgemaakt. Daarom is het zo belangrijk om het lichaam te betrekken in therapie en om er opnieuw verbinding mee te leren maken, zodat je beter leert luisteren naar wat je lichaam je te vertellen heeft.

    Hiervoor gebruik ik aspecten uit diverse methodieken, onder andere:

  • 1
  • Somatic Experience

    Peter Levine onderzocht waarom dieren na een bedreigende situatie niet getraumatiseerd raken en mensen wel. Hij zag dat dieren als ze weer veilig zijn, de opgeladen energie ontladen door te trillen, schudden of bewegen. Op grond van deze ontdekking heeft hij een behandelmethode ontwikkeld waardoor bij mensen deze energie ontladen kan worden en het trauma verwerkt kan worden. 

  • 2
  • NARM

    Als vanaf de start van ons leven onze basisbehoeften langdurig ernstig onvervuld blijven, ontstaat ontwikkelingstrauma. Door de angst die dit oproept, gaan we ons terugtrekken uit ons lichaam en uit het contact met de ander. En er ontstaan overlevingsstijlen die op dat moment de beste oplossing lijken, maar die ons later belemmeren. Laurence Heller ontwikkelde een therapie die gericht is op de bevrijding van oude ‘imprints’. Dit opent de weg naar meer levendigheid, verbinding, afstemming, vertrouwen, autonomie en het vermogen tot het aangaan van liefdevolle relaties.

  • 3
  • Hartcoherentie

    Met hartcoherentie maak je contact met je hart en met je lichaam. En met behulp van je ademhaling kun je je autonome zenuwstelsel weer in balans brengen. Hierdoor ontstaat er een balans tussen het ‘gaspedaal’ van ons lijf die zorgt voor actie (het sympatisch zenuwstelsel) en onze ‘rem’ die rust creëert (ons para-sympatisch zenuwstelsel). Wetenschappers hebben ontdekt dat een regelmatig hartritme tal van psychische en lichamelijke klachten kan genezen.

  • 4
  • Focussen

    Focussen is ontwikkeld door Gendlin (wetenschapper, filosoof en psycholoog). Hij onderzocht eind jaren ’60 wanneer mensen baat hadden bij psychotherapie en wanneer niet. Het succes in de therapie bleek af te hangen van iets dat sommigen al van nature deden: focussen. 
    Focussen is je aandacht naar binnen richten op wat er in lijf omgaat. Het gaat om luisteren naar lichaamssensaties die je iets te vertellen hebben, bijvoorbeeld een brok in je keel omdat je moet huilen en dit niet wilt. Of druk op je borst als je denkt aan iets dat pijn doet en waar je liever niet aan denkt. Luisteren naar deze lichaamssensaties maakt dat het gevoel afneemt en dat oud zeer verwerkt kan worden.